Waar je je voet zet…

Dit steentje kun je lezen als een aanmoediging om in elk geval te gaan lopen, dan komt er vanzelf ooit wel een keer een pad. Als je iets in je toekomst ziet dat je echt wilt bereiken, dan kun je er komen, ook al zie je nu niet welke weg precies die kant op leidt.

Maar het zegt eigenlijk nog veel meer. Ook als je nu helemaal nog niet weet waar je naar toe gaat, als je niet weet wat het doel van je leven is, kun je alvast gaan lopen. En je mag erop vertrouwen dat je de goede kant op gaat, en dat je later, als je omkijkt, zult zien dat je een pad hebt gevolgd dat je precies daarheen heeft gebracht waar je moest zijn.

Heerlijk, toch? Er zit alleen een klein addertje onder het gras: je moet je voet wel precies zetten op de plek waar jouw pad ligt. En dat wéét je eigenlijk wel. Je weet wel waar je plezier in hebt, waar je goed in bent of wat je eigenlijk wilt. En toch is er twijfel.
Kan ik dat wel? Wat zullen ze ervan vinden? Is dat wel verstandig?

Dit steentje nodigt je uit om te gaan lopen. In jóuw richting.

Is dit een aanmoediging, een steuntje in de rug. Ook als je het einddoel nog niet weet, kun je al op pad gaan. Je hebt een goed en zuiver kompas in je. De kunst is alleen om daar naar te leren luisteren.

Ik wilde psychiater worden, omdat het me enorm interesseerde hoe de mens werkt en ik graag mensen vooruit wilde helpen. Maar ja – ik snapte niets van scheikunde (nog steeds niet, trouwens) en dat was in die tijd wel een noodzakelijke voorwaarde om medicijnen te gaan doen. Dus ben ik Duits gaan studeren. Een taal en vooral een literatuur waar ik goed in was en interesse in had.

Na mijn studie kon ik (vanwege drs.) meteen terecht bij een groot softwarehuis, als beginnend programmeur. Dat paste prima, ik had geleerd om grammatica te gebruiken en een programmeertaal is niets anders dan dat.

Ik heb altijd van organiseren gehouden, dingen regelen, plannen maken. Dat heb ik geoefend door in mijn leven steeds dingen te doen die ik kon regelen: begeleiden van kindergroepen (scouting), in besturen zitten en initiatief nemen.

Voor mij was het dan ook een leuke uitdaging om het net-niet-helemaal-failliete KEI over te nemen van de oprichter, de schulden af te betalen en er mijn eigen bedrijf van te maken – en een paar jaar later óns eigen bedrijf.

Al die stapjes gingen vanzelf, omdat ik stevig eigenwijs ben en van risico’s houd. Want ik had natuurlijk ook bij elk stapje kunnen denken “is dat wel verstandig?” of “zou ik dat wel kunnen?” en dan had het allemaal anders gelopen. Dan was ik misschien wel rechten gaan studeren, vanwege de baankansen. Of ik was bij dat softwarehuis gebleven. En zeker had ik dan niet zoveel bestuurs- en regelervaring gehad, want dat had ik aan anderen overgelaten.

Maar toen wij een zorgboerderij werden, bleek het allemaal perfect te passen: ik had leren organiseren, ik kon kindergroepen leiden, ik had nog steeds die belangstelling om mensen te helpen en zelfs mijn passie voor paarden (ik was als kleine meid echt zo’n paardentrutje) waren ‘nuttig’. Door steeds in mijn leven te doen wat ik interessant vond had ik mezelf goed voorbereid voor deze nieuwe stap.

En nu ben ik dan coach. En als ik omkijk zie ik dat het pad, vanaf mijn allereerste belangstelling voor mensen en dieren, in een rechte lijn naar vandaag heeft geleid. Niets was overbodig, er zijn geen zijstapjes geweest. En toch was ik toen ik 12 was niet van plan om vijftig jaar later coach te zijn – het ging allemaal ‘vanzelf’.

Deze uitspraak vind je terug bij het Taoïsme en bij de Perzische dichter-filosoof Roemi.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *